Opiniestuk van het Steunpunt allochtone meisjes en vrouwen
Fig.1: Meisje met hoofddoek
Hoe een stukje stof zoveel stof kan doen opwaaien ... Het stond al langer op zich te wachten: het debat rond de hoofddoek is ook hier bij ons officieel losgebarsten. Minister Dewael beet voor Vlaanderen de spits af door een opiniestuk te publiceren. Daarin werd een verbod van de hoofddoek bepleit, onder het mom van het bevrijden van moslimvrouwen. We stellen vast dat in deze discussie moslimvrouwen misbruikt worden ten voordele van politieke profileringdrang en dat het hier wederom gaat over een debat over de doelgroep in plaats van met de doelgroep. Deze repressieve maatregel is, ons inziens, net niet emancipatorisch en beoogt het tegenovergestelde van wat wij als allochtone vrouwen als emancipatie definiëren, met name allochtone meisjes en vrouwen keuzevrijheid bieden !
Een tweede argument dat door Minister Dewael werd aangehaald was het neutraliteitsprincipe van het onderwijs. Wat betreft deze discussie, bepleiten wij een diversiteitsbeleid, eerder dan een (poging tot het) wegvegen van alle verschillen die er zijn in deze multiculturele samenleving. Scholen zouden de plaats moeten zijn waar kinderen en jongeren leren omgaan met diversiteit in de samenleving; een plaats die hen een open, maar ook kritische visie op de samenleving biedt en waar ruimte is voor intercultureel en interreligieus leren. Wanneer zelfs in openbare scholen geen ruimte is voor pluralisme, waar dan wel ?
Adolescenten hebben nood aan het behoren tot een bepaalde groep waarmee ze zich identificeren en nood aan erkenning van hun overtuiging(en). Voor veel jonge meisjes is de hoofddoek echter een bewuste keuze in de zoektocht naar zichzelf en naar hun identiteit. Dit is een positieve zaak, waarbij meisjes de grenzen van hun geloof voor zichzelf gaan afbakenen! Het verbieden van dergelijke identificatiesymbolen grijpt in op hun identiteitsontwikkeling vanuit een afkeuring van bepaalde culturele en religieuze beelden. Dit vergroot alleen maar de kloof en de vijandigheid tussen jongeren van diverse afkomst en diverse overtuiging. De kans is groot dat men zich vanuit gevoelens van wantrouwen en bedreiging afsluit van de samenleving i.p.v het beoogde resultaat, met name integratie. Uiteraard dienen we beducht te zijn voor de sociale druk, waarmee sommige moslimmeisjes te kampen krijgen om de hoofddoek te dragen. Maar we durven duidelijk stellen dat het hier om een minderheid van de meisjes gaat en dat hier (lokaal) moet gezocht worden naar oplossingen en bemiddeling enerzijds en dat er anderzijds meer dient geïnvesteerd te worden in participatieve en emancipatorische projecten met allochtone meisjes.
Deze polarisatie heeft ook een pervers neveneffect, waarbij het de druk verhoogt op moslimmeisjes en -vrouwen om zich te positioneren en constant te verantwoorden over hun graad van moslim-zijn. Pleit het liberaal gedachtegoed net niet voor de vrijheid van overtuigingen voor alle burgers?
Wij kiezen voor een positieve neutraliteit, met name de keuze voor het pluralisme, waarbij ieder het recht heeft verschillend te zijn en dit vrij te beleven. De essentie van de discussie is volgens ons dan ook de volgende: hoe proberen we gezamenlijk en constructief met de diversiteit die deze multiculturele samenleving kenmerkt, om te gaan. De huidige invulling van neutraliteit is gebaseerd op een vrij enge visie. Het vertrekpunt moet de gelijkwaardigheid zijn en uiterlijkheden zijn hierbij onbelangrijk.
Ambtenaren, waaronder leerkrachten van openbare scholen, zouden een weerspiegeling moeten vormen van onze multiculturele en diverse samenleving. De neutraliteit moet gewaarborgd zijn op niveau van de functie-uitvoering, niet op niveau van de uiterlijke kenmerken. Een politieagente met hoofddoek staat toch evenzeer in voor de veiligheid van al haar medeburgers, als haar collega’s zonder hoofddoek. Anderzijds hebben klanten het recht op een neutrale en gelijkwaardige behandeling, ongeacht hun geloofsovertuiging. Dit impliceert ook dat ‘de klant’ op zijn/haar beurt toestemt met deze neutrale behandeling. Mits wat creativiteit en openheid, kunnen oplossingen gevonden worden die noch de neutraliteit, noch de vrijheid van geloofsuiting schaden. Denk maar aan de sporthoofddoeken.
De oorzaak van dit buiten proportioneel debat over ‘een stukje stof’ heeft, ons inziens, dan ook meer te maken met vooroordelen en de overtuiging van bange Vlamingen dat deze meisjes alle Westerse waarden verwerpen en zich fanatiek op traditionele denkbeelden richten, eerder dan de bezorgdheid omtrent de emancipatie van deze meisjes en vrouwen. Daarnaast wordt met dit debat ook duidelijk dat het belangrijke debat, met name het debat over de diversiteit in onze samenleving en hoe we daar mee omgaan vanuit een respect voor verscheidenheid, in Vlaanderen (nog) niet gevoerd wordt. We roepen dan ook op tot een sereen debat over de multiculturele samenleving, waarbij de werkelijke pijnpunten m.b.t. de emancipatie en participatie van allochtonen in deze samenleving worden aangekaart.
Namens het Steunpunt allochtone meisjes en vrouwen
Andere teksten over de hoofddoek:
Tekst Actiecomité Moslimvrouwen
Wiens neutraliteit?
De maatregel van het Antwerps stadsbestuur heeft al veel inkt doen vloeien en gemoederen opgehitst. Voor de zoveelste maal zijn we getuige van een welles-nietes spel over het al dan niet emanciperend karakter van de hoofddoek, de schending van kerk en staat die het zou impliceren, en de keuze die vrouwen hebben om er een te dragen etc. Een argument lijkt echter steeds opnieuw als een mantra te worden gebruikt tijdens de discussie: die van de neutraliteit. Met neutraliteit bedoelen de voorstanders van dit verbod dat elke ‘burger’ recht heeft op een neutrale dienstverlening van functionarissen in het openbare ambt, en de ‘burger’ niet mag weten wat de politieke of religieuze opvattingen zijn van de persoon die hem of haar bedient. Dat men eraan voorbij gaat dat het concept van neutraliteit van 1832 enkel ging over de constitutionele verankering van de bestaande erediensten, en zich niet direct uitspreekt over individuele geloofspraktijken, behalve dan om de vrijheid van deze beleving te bepalen, is de meeste voorstanders van een verbod klaarblijkelijk ontgaan.
De recente beslissing van het Antwerps stadsbestuur valt dan ook moeilijk te rijmen met de vrijheid van godsdienstbeoefening zoals het in de Belgische constitutie wordt gedefinieerd. Hoe dat men het draait of keert, de hoofddoek raakt immers aan de religieuze vrijheid van moslimvrouwen: aan hen wordt het recht ontnomen zich te sluieren conform de voorschriften die hier rond bestaan. Bovendien treft deze maatregel enkel vrouwen: Islamitische mannen die een baard dragen volgens de traditie van de profeet worden niet geviseerd. Tot slot ook wordt een belangrijke groep vrouwen buiten schot gelaten: vrouwen die – net als ik – er bewust voor kiezen géén hoofddoek te dragen.
Terwijl de hoofddoek voor de meeste moslims ter wereld als religieus voorschrift geldt, dit in overeenstemming met de interpretaties van de meeste islamitische rechtscholen; zijn er ook moslims die niet mee met deze interpretatie gaan. De redenen hiervoor kunnen veelvuldig zijn, net zoals ze die kunnen zijn om wél een hoofddoek te dragen: omdat men niet in God gelooft, omdat men wel gelooft maar niet praktiserend is, omdat men er niet klaar voor is, of omdat men het niet eens is met de dominante interpretaties. Welke motivatie hier ook achter moge schuilen, de beslissing geen sluier te dragen is in deze verschillende gevallen net zozeer ingegeven vanuit een overtuiging; als de beslissing om er wél een te dragen.
Het feit dat ik geen hoofddoek draag maakt mij dus niet neutraler dan iemand die er wél een draagt. Mijn keuze vloeit uit een persoonlijke overtuiging die even zichtbaar is voor de medeburger, als de keuze wél een hoofddoek te dragen.
In tegenstelling tot mijn gesluierde moslimzusters, moet ik mij echter op geen enkel ogenblik verantwoorden voor mijn zichtbare religieuze opvatting. Sterker nog: indien iemand mij zou durven aanspreken op mijn ‘keuze’ geen hoofddoek te dragen en mij zou willen verplichten er een te dragen – al was het maar tijdens de werkuren, dan zou iedereen moord en brand schreeuwen. Men zou onmiddellijk (terecht) spreken van onderdrukking, van een schending van de individuele religieuze ‘vrijheid’, van vrouwonvriendelijkheid. Deze acties zouden streng, snel, ondubbelzinnig en sterk veroordeeld worden.
Vandaag wordt echter een specifieke groep vrouwen op dagelijkse basis geviseerd, en onder druk gezet om hun hoofddoek af te zetten. Bovendien werken zulke maatregelen ook racistische opmerkingen, beledigingen, kleineringen, …tegen deze vrouwen in de hand. Opmerkelijke in dit verhaal, is dan ook vast te stellen dat deze maatregel in naam van de diversiteit wordt verdedigd. Om diversiteit promoten en neutraliteit te waarborgen, worden gesluierde moslimvrouwen geweerd, en zijn ze enkel welkom indien ze dat element dat hen ‘anders’ maakt thuis laten. Indien dit de geldende definitie is van ‘diversiteit’ anno 2007, dan zijn we ver van een stad en een maatschappij die van iedereen is.